Sociale gevolgen
Studentenarbeid kan ertoe leiden dat je sociale bijdragen moet betalen, je kinderbijslag verliest of dat je wachttijd langer wordt. We leggen uit hoe je dit vermijdt. Kort gezegd: door goed op te letten wanneer en hoelang je werkt.
Een overzicht:
- Sociale bijdragen
- Kinderbijslag
- Ziekte- en invaliditeitsverzekering
- Wachttijd en werkloosheidsuitkering
1. Sociale bijdragen
Als jobstudent moet je normaal gezien net zoals gewone werknemers sociale bijdragen betalen op je loon (ben je m.a.w. onderworpen aan de RSZ).
Echter, jij en je werkgever moeten géén sociale bijdragen betalen als je:
- met een studentenovereenkomst werkt,
- jaarlijks niet meer dan 46 arbeidsdagen werkt, en
- maximaal 23 arbeidsdagen werkt tijdens de zomervakantie (juli, augustus of september) en maximaal 23 tijdens de rest van het jaar. Het is dus niet zo dat je tijdens de zomervakantie 46 arbeidsdagen mag werken!
Met een arbeidsdag bedoelen we elke kalenderdag waarvoor je loon ontvangt. Dus ook dagen waarop je deeltijds werkt, feestdagen of dagen waarop je ziek was.
Aangezien je in bovenstaand geval ontsnapt aan de RSZ, moet je wel een solidariteitsbijdrage van 2,5% betalen voor de gewerkte periodes tijdens de zomermaanden en een solidariteitsbijdrag van 4,5% voor de gewerkte periodes tijdens het schooljaar. Je werkgever zal die bijdrage onmiddellijk afhouden van je loon.
Er zijn nog een paar speciale situaties waarin je als jobstudent toch geen sociale bijdragen moet betalen:
- Occasionele arbeid: als je per week niet meer dan 8 uur werkt bij een of meer werkgevers in de huishouding (bijvoorbeeld op de kinderen passen).
- Beperkte activiteiten in de socioculturele sector (bijvoorbeeld monitor voor speelpleinen): als je niet meer dan 25 arbeidsdagen per jaar werkt.
- Seizoensarbeid (bijvoorbeeld plukken van fruit): tijdens bepaalde periodes in de land- en tuinbouw.
Ook in deze gevallen moet je -omdat je ontsnapt aan de RSZ- een solidariteitsbijdrage betalen. Je werkgever zal die onmiddellijk afhouden van je loon.
2. Kinderbijslag
Studentenarbeid heeft geen gevolgen voor je kinderbijslag tot 31 augustus van het jaar waarin je 18 wordt. Het maakt niet uit of je werkt met een overeenkomst voor studenten of met een gewone overeenkomst.
Nadien moet je wél aan bepaalde voorwaarden voldoen om je kinderbijslag te behouden. Het behoud van je kinderbijslag is dan afhankelijk van je leeftijd (25 jaar is de maximumleeftijd), hoeveel uur je werkt en wanneer je werkt. De regels:
- Werk je als student tijdens het eerste kwartaal (januari, februari, maart), het tweede (april, mei, juni) of het vierde (oktober, november, december)? Dan mag je per kwartaal maximaal 240 uur werken (de kerst- en paasvakantie inbegrepen).
- Overschrijd je die 240 uur binnen een kwartaal, dan ben je je kinderbijslag voor heel dat kwartaal (dus voor 3 maanden) kwijt.
- Was het in het tweede kwartaal dat je meer dan 240 uur werkte, dan ben je bovendien ook je kinderbijslag voor het derde kwartaal kwijt (dus voor 6 maanden).
- Werk je als student tijdens het derde kwartaal (juli, augustus, september)? Dan kan je wel meer dan 240 uur werken zonder je kinderbijslag te verliezen.
Opgelet:
- Ben je een schoolverlater? Dan behoud je je kinderbijslag tijdens je wachttijd als je tijdens je laatste zomervakantie niet meer dan 240 uur werkt.
- Werk en leer je deeltijds? Dan mag je tijdens je laatste zomervakantie meer dan 240 uur werken, maar het maandelijkse brutoloon dat je krijgt in je studentenjob en je (eventuele) sociale uitkering, mogen samen niet hoger zijn dan 490,09 euro per maand.
3. Ziekte- en invaliditeitsverzekering
Studentenarbeid heeft geen gevolgen voor je ziekte- en invaliditeitsverzekering. Je kan ingeschreven blijven bij het ziekenfonds, als persoon ten laste van je ouders, tot op het einde van het jaar volgend op het jaar waarin je 25 wordt.
Let wel: ben je ziek, verwittig dan onmiddellijk je werkgever!
4. Wachttijd en werkloosheidsuitkering
Als schoolverlater ontvang je niet onmiddellijk een werkloosheidsuitkering. Eerst doorloop je een wachttijd. Om die wachttijd te laten ingaan, moet je je inschrijven bij VDAB als 'werkzoekende in wachttijd'.
Werk je als jobstudent, dan kan je wachttijd hierdoor verlengd of verkort worden. We maken een onderscheid tussen studentenarbeid tijdens en na je studies.
- Werk je tijdens je studies gedurende het schooljaar als jobstudent?
- Dan wordt je wachttijd hierdoor korter. Per gepresteerde dag buiten de maanden juli, augustus en september wordt je wachttijd met één dag verminderd. Opgelet: je wachttijd kan wel maar met maximum 78 dagen ingekort worden.
- Dit geldt als je via een studentenovereenkomst werkt, maar ook als je via een gewone arbeidsovereenkomst werkt.
- Werk je na je studies als jobstudent in de maanden juli, augustus of september?
- Dan wordt je wachttijd hierdoor langer. Als je een studentenjob doet, ben je immers niet beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Je wachttijd wordt verlengd met het aantal kalenderdagen (uitgezonderd de zondagen) waarop je verbonden bent met een studentenovereenkomst.
- Dit geldt enkel als je via een studentenovereenkomst werkt.
Meer info over de invloed van studentenarbeid op je wachttijd lees je op de RVA-site (Volledige werkloosheid < Infobladen werknemers < Schoolverlaters: wat is de invloed van studentenarbeid op uw wachttijd?).
