Wat is een IBO?
Een IBO is een individuele beroepsopleiding op de werkvloer. Samen met VDAB bepaal je het opleidingsprogramma. De IBO kan 1 tot 6 maanden duren. Om de duurtijd te bepalen houdt VDAB rekening met:
- het gevraagde competentieprofiel voor de functie,
- de kennis, vaardigheden en attitudes van de IBO-kandidaat,
- het opleidingsplan.
De IBO-overeenkomst wordt contractueel vastgelegd tussen je bedrijf, de cursist en VDAB. Vóór de start van de IBO doe je een DIMONA-aangifte. VDAB zal opvolgen of je de volgende verplichtingen nakomt:
- De cursist begeleiden en opleiden zoals vastgelegd in het opleidingsplan.
- De nodige tijd vrijmaken om de evolutie van de cursist te bespreken.
- De wetgeving aangaande arbeidsveiligheid, welzijn op het werk en de privacy respecteren.
- De cursist verzekeren voor het risico op arbeidsongevallen door een verzekering in ‘gemeen recht’ af te sluiten die dezelfde dekking voorziet als de arbeidsongevallenverzekering die je voor je andere personeelsleden hebt afgesloten.
- De cursist dekken door een burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering.
- Maandelijks de prestaties tijdig doorgeven aan VDAB en, indien van toepassing, maandelijks het formulier C98 (= aanwezigheidsattest) invullen en afgeven aan de IBO-cursist.
- Tijdig de facturen betalen aan VDAB.
- De interne audit van VDAB toelaten om de uitvoering van de IBO op te volgen en hen de hiervoor noodzakelijke stukken ter inzage voorleggen.
- De cursist vóór de start van de IBO een exemplaar van het arbeidsreglement geven en de belangrijkste punten overlopen op de eerste dag van de opleiding. De cursist moet tijdens de IBO immers de bepalingen van het arbeidsreglement van je onderneming naleven.
Na de IBO
Na de opleiding neem je de cursist onmiddellijk in dienst met een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur volgens de modaliteiten bepaald in de IBO-overeenkomst. Je bezorgt VDAB het ingevulde en ondertekende document ‘Kennisgeving van het einde van een individuele beroepsopleiding’ én je doet een nieuwe DIMONA-aangifte voor de tewerkstelling na de IBO.
De cursist geniet na het tekenen van de arbeidsovereenkomst van bescherming tegen ontslag voor de duurtijd die gelijk is aan de duurtijd van de IBO. Als je de cursist toch ontslaat tijdens deze beschermingsperiode dan kan de cursist, via de arbeidsrechtbank, een vergoeding eisen. Deze bescherming geldt niet voor ontslag om dringende redenen.
Stopzetten
Je kan de IBO zelf niet stopzetten. Zijn er problemen, contacteer dan je VDAB-consulent. Hij zal bemiddelen tussen jou en de cursist. Enkel VDAB kan de IBO stopzetten. Als je toch éénzijdig beslist om de IBO stop te zetten, kan je gesanctioneerd worden.
De cursist kan de IBO niet zelf beëindigen. Wil hij de IBO toch stopzetten, contacteer dan onmiddellijk de IBO-consulent om te bemiddelen in de situatie. Als de cursist de IBO toch éénzijdig stopzet, meldt VDAB dit aan de RVA. De RVA kan de cursist dan sanctioneren.
