Mobiliteits- en kinderopvangtoeslag
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Heb
je werk gevonden, maar is de verplaatsing een streep door je rekening? Vind je
als alleenstaande ouder de kosten van de kinderopvang toch iets te duur? De regering
steekt je een handje toe.
Om de overgang van werkloosheid naar werk te vergemakkelijken heeft de regering met de sociale partners een akkoord bereikt over de invoering van een mobiliteits- en kindertoeslag. Beide toeslagen bedragen elk 30.000 Bef. Zij kunnen slechts één keer worden toegekend, maar zijn wel cumuleerbaar.
Wil je in aanmerking komen voor één of beide, dan moet je wel aan een aantal voorwaarden voldoen.
Om recht te hebben op een mobiliteitstoeslag moet je:
- volledig uitkeringsgerechtigd werkloos geweest zijn voor je begon te werken
waarbij je recht had op een banenkaart
- ten minste halftijds of 18 uur per week werken en een contract van onbepaalde
duur op zak hebben
- meer dan 12 uur per dag afwezig zijn van huis of meer dan 4 uur per dag onderweg
zijn van je werk naar je woonplaats
- op meer dan 25 km van je werk wonen
Om recht te hebben op een kinderopvangtoeslag moet je:
- volledig uitkeringsgerechtigd werkloos geweest zijn voor je begon te werken
waarbij je recht had op een banenkaart
- ten minste halftijds of 18 uur per week werken en een contract van onbepaalde
duur op zak hebben
- een alleenstaande ouder zijn met één of meerdere kinderen en waarvan geen enkel kind een beroeps- of vervangingsinkomen ontvangt
Deze toeslagen kun je aanvragen bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) en bij alle uitbetalingsinstellingen. Bij je aanvraag voeg je een kopie van je arbeidsovereenkomst.
