Collectief ontslag is niet altijd een besparing
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Hakbijloperaties in het personeelsbestand leiden niet altijd tot een besparing op de loonkosten. De reden? In het kielzog van de afgedankten verlaten ook veel van de "overlevenden" het bedrijf. Op een krappe arbeidsmarkt kost hun vervanging handenvol geld.
De man die dit beweert, Gary Perlman, leidt een Amerikaans bedrijf dat gespecialiseerd is in personeelsselectie voor de telecomindustrie. Hij verwijst naar een recente studie in Harvard Business Review. Daaruit blijkt dat collectief ontslag in de meeste gevallen leidt tot een vertrek van 10 tot 15 procent van de "overgeblevenen". Waarom? Omdat hun vertrouwen geschokt is en bang zijn om de volgende keer zelf het deksel op de neus te krijgen.
De Verenigde Staten kennen een werkloosheidsgraad van 4 procent, vergelijkbaar met de Vlaamse situatie als men de berekeningswijze volgt van het Internationaal Arbeidsbureau. Welnu, zegt Perlman, in zo'n krappe arbeidsmarkt vinden goede krachten zonder moeite ander werk. Uiteraard zijn het de besten die elders de mooiste kansen hebben en dus als eersten opstappen. Vaak worden ze zelfs actief benaderd door wervingsbureaus die optreden voor rekening van de concurrentie.
Aan de hand van een concreet geval maakt Perlman een rekensommetje. In de VS wordt de totale kost van de vervanging nu geraamd op anderhalve keer het jaarsalaris van de vertrekker. Perlman vermeldt dit niet, maar vermoedelijk is het productiviteitsverlies in de overbruggingsperiode daarin inbegrepen. Het bedrijf zette honderd van zijn driehonderd mensen aan de deur. Dertig anderen gingen uit eigen beweging weg. Totale kost van hun vervanging: honderd miljoen BEF.
