De mening van Martin: vakantiegedachte
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Martin Overheul (53) is Senior Recruitment Consultant bij een studie- en adviesbureau. Hij deelt elke maand z'n kijk op de arbeidsmarkt. "Bij sollicitanten let ik op authenticiteit en eerlijkheid, net als bij muziek."
Terwijl ik dit schrijf, geniet ik van een rustgevende vakantie in Zuid-Frankrijk, ergens in de omgeving van het pittoreske kuststadje Cassis. Buiten is het een graad of 26 in de schaduw en het gezang –volgens sommigen moet dat het gezaag zijn– van de krekels is af en toe echt oorverdovend. Ongelooflijk hoe die de hele dag van jetje geven, zinderende hitte of niet.
In een van mijn eerdere blogs schreef ik dat vakantie de kans biedt tot bespiegeling. Ook ik maak helaas vaak de fout om enkel vooruit te kijken en zelden opzij, laat staan achteruit. Het ritme van mijn werk staat me die weelde zelden toe. En al mijn vrije tijd –wat een vreemde uitdrukking is dat toch, ‘vrije tijd’, alsof je op andere momenten niet vrij zou zijn– gaat naar gezin, familie, mijn hobby als basketbalcoach, muziek (ik schrijf recensies voor een muzieksite), lezen, citytrips maken, kortom bezig zijn.
Daardoor is er weinig tijd om na te denken over wat ik doe. Wat meestal geen probleem is omdat ik me doordeweeks met alle plezier focus op mijn belangrijkste beroepsmatige bezigheid: het vinden van de juiste persoon. Speuren naar nieuwe wegen om die witte merel te vinden. Steevast het niveau van kandidaten wikken en wegen. Nagaan of ze over de juiste capaciteiten beschikken. Waarom ze in hun loopbaan bepaalde beslissingen hebben genomen. Of juist niet. Hoe ze omgaan met tegenvallers. Of ze geschikt zijn voor creatief dan wel uitvoerend werk. Wat hun visie op leven en werk is. Wat hun bloed sneller doet stromen. Hoe klein of groot hun kleine kantjes zijn.
Daarbij besef ik terdege dat iemand in mijn positie beslist over de toekomst van anderen. Zo’n positie mag je nooit lichtvaardig opvatten. En mag niet zomaar in handen worden gegeven van personen die de (levens)ervaring missen om daar zo gefundeerd mogelijk mee om te gaan. Uit de reacties op mijn column van vorige maand werd onder andere pijnlijk duidelijk dat heel wat organisaties deze belangrijke taak in de schoot schuiven van beginnelingen. Zodat de curieuze situatie ontstaat dat een sollicitant met vijfentwintig jaar ervaring zijn capaciteiten voor een bepaalde job moet laten beoordelen door een gesprekspartner die nog geen vijfentwintig weken ondervinding heeft. Een vreemde verhouding, niet?
Met alle respect voor diegenen die er elke dag opnieuw het beste van proberen te maken: het voeren van een diepgaand en vakkundig sollicitatiegesprek tussen twee gelijkwaardige gesprekspartners hoort in handen te zijn van geoefende professionals en niet van welwillende dilettanten. De reacties waarnaar ik hierboven verwijs, staven die opvatting. En maken eens te meer duidelijk dat een deugdelijke opleiding geen overbodige luxe is. Waarbij zo’n opleiding zich vanzelfsprekend niet mag beperken tot het aanleren van enkele interviewtechniekjes.
Intussen loopt de temperatuur hier op naar 30°C en begin ik zoetjes aan toe te geven aan de verlokking van het zwembad. Om maar eens een huizenhoog cliché te gebruiken: de boog kan niet altijd gespannen staan. Want op een bepaald moment knapt die. En dan zijn de gevolgen wellicht niet te overzien.
Maar voor ik in dat verkwikkende zwembad spring, toch even mijn vakantiegedachte afmaken. Professionalisme leidt in de regel tot betere resultaten. Daarover kunnen we het wel eens zijn. Dat zie ik hier ook in de plaatselijke horeca, waar sommige werknemers duidelijk niet op hun plaats zijn. Hun gebrek aan vakkennis steekt schril af tegen de vriendelijkheid en efficiëntie van ervarener collega’s. En ja, de gemiddelde klant wordt bij voorkeur geholpen door iemand die zijn vak kent. Wat zich bijvoorbeeld uit in de grootte van de tip die ze geven. Dus waarom niet eens de koppen bijeen steken om een grondige opleiding voor rekruteerders uit de grond te stampen? Elke betrokken partij zal daar op termijn beter van worden. Wie neemt er hier het voortouw?
En nu op naar het zwembad!
Martin Overheul
Geef je mening over dit artikel
Martin blogde ook een maand voor VDAB. Lees zijn joblog.
