Rivaliteit zorgt voor vooruitgang
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Mocht rivaliteit ons vreemd zijn, dan waren we nu nog holbewoners en keken we 's avonds naar de sterren. De Zwitserse psychotherapeut Karl Oehler vond het dan ook hoog tijd om er een boek aan te wijden. Belangrijkste conclusie: als we op een open manier met rivaliteit omgaan, presteren we beter en zijn we gelukkiger.
Ellebogenwerk, wedijver, haat en nijd. We brengen het begrip rivaliteit vaak in verband met negatieve eigenschappen, waar we liever niet mee te koop lopen. Volgens psychotherapeut Oehler hoeven we ons nochtans helemaal niet te schamen. In zijn boek formuleert hij het zo: "Rivaliteit is niet goed of slecht. Ze kan hooguit een goede of slechte functie vervullen."
Wat zijn die positieve functies dan wel? We zetten ze voor jou op een rijtje.
- Een gezonde dosis rivaliteit zit ingebakken in de mens en zorgt voor vooruitgang . Zonder concurrentie zouden we nog holbewoners zijn en 's avonds naar de sterren staren.
- Rivaliteit schudt ons wakker en zet ons aan het denken over ons functioneren. Gevolg: we werken scherper en doelgerichter .
- Concurrentie tussen verschillende organisaties, afdelingen of teams versterkt de onderlinge band tussen collega's. Als ze als team een ander team proberen te overtreffen, groeien ze naar elkaar toe.
- Een bedrijf waar werknemers op een gezonde manier met elkaar rivaliseren, levert efficiënter werk af.
Meer zelfs: gezonde rivaliteit zorgt er voor dat we ons gelukkiger voelen. Dat zegt professor Theo Compernolle, verbonden aan de internationale businesschool INSEAD. Hij deed een onderzoek in middelbare scholen en concludeert dat er geen verband is tussen competitie en angst. "Integendeel, op scholen waar de competitie hoger was, voelden leerlingen zich beter. Gezonde rivaliteit verbetert het welzijn!"
Niet zaligmakend
Maar, concurrentie alleen is niet zaligmakend. Er is een goed evenwicht nodig tussen rivaliteit en samenwerking. In dit opzicht is het een goede zaak als er in bedrijven ongeveer evenveel mannen als vrouwen werken. Oehler ontdekte namelijk dat vrouwen minder competitief zijn dan mannen en sneller aansluiting zoeken bij hun collega's. Kortom: ze scoren hoger op 'samenwerken' en 'ondersteunen'. Daarnaast mag rivaliteit niet onbeperkt stijgen want dan kan ze juist verlammend werken.
Om de risico's van rivaliteit tegen te gaan pleit Oehler in zijn boek voor meer openheid en discussie. Volgens hem zou de wereld er een stuk vriendelijker uitzien als werknemers open en bloot over concurrentie zouden praten. Compernolle ondersteunt het pleidooi van Oehler: "In de Verenigde Staten, waar een hoge onderlinge competitie op een open manier wordt gevoerd, zie je dat mensen elkaar overdag beconcurreren en 's avonds als vrienden het glas heffen."
Nicole Breuer
