Duur ontslag is goede zaak
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Vaak hoor je beweren dat een werknemer ontslaan te duur is in België, want daardoor zou onze economie niet flexibel genoeg zijn. Nederlands onderzoek werpt een ander licht op de zaak. Onze "starre" ontslagregels hebben een aantal heel positieve gevolgen.
Het onderzoek is gedaan door de Nederlandse wetenschappers Kleinknecht, Naastepad en Storm, alledrie verbonden aan de Technische Universiteit Delft en specialisten in management.
Ze hebben een vergelijking gemaakt tussen twee types van economieën. Aan de ene kant heb je de "liberale" systemen (Amerika, Groot-Brittannië, Canada enz.); daar is afdanken gemakkelijk. Aan de andere kant heb je de landen waar het zgn. Rijnland-model van toepassing is. Daar horen wij bij, net zoals onze buurlanden. Zij zijn gekenmerkt door strakke wetten inzake ontslag, invloed van de vakbonden, centrale loonakkoorden en doorgaans goede sociale uitkeringen.
Wat blijkt nu?
Hoe makkelijker het is werknemers af te danken, hoe sterker de volgende effecten zich voordoen:
- Hoger personeelsverloop.
- Minder loyale werknemers, die zich minder uitsloven.
- Meer managers om die wisselende personeelsleden op te leiden en aan te sturen.
- Meer chefs betekent meer richtlijnen, waardoor de werknemers minder geneigd zijn zelf initiatieven te nemen.
- Gevolg: minder innovatie van onderuit.
Omgekeerd worden de Rijnland-economieën gekenmerkt door:
- Hogere anciënniteit in de job en daardoor meer kennis en minder fouten.
- Dus minder nood aan chefs.
- Meer innovatie via stapsgewijze verbeteringen aan de producten en diensten die men goed kent.
- Een hogere arbeidsproductiviteit.
Flexibiliteit vergt veel chefs
De wetenschappers hebben tonnen cijfers bestudeerd en hun conclusie is duidelijk. Ons "stroeve" systeem leidt tot hogere productiviteit en meer innovatie dan het flexibele systeem in de Angelsaksische landen.
Soms zijn de cijfers behoorlijk verrassend. Bijvoorbeeld die over het aantal managers in de werkende bevolking, landbouwsector niet meegerekend. De onderzoekers keken naar 19 rijke OESO-landen. Ze hebben erover gewaakt geen appelen met peren te vergelijken. Hun definitie van manager staat los van het woordgebruik in de afzonderlijke landen, en slaat op de taakinhoud.
Wat blijkt? In Canada zijn per honderd werknemers maar liefst 13 managers nodig, dat wil zeggen één manager voor minder dan zeven personeelsleden. Daarna komen de VS met bijna evenveel managers, op de voet gevolgd door Australië en Groot-Brittannië. Deze vier landen steken met kop en schouders uit boven de andere vijftien.
Aan het andere uiterste treffen we Noorwegen. Daar heb je per honderd actieven (landbouw nog steeds buiten beschouwing gelaten) slechts twee leidinggevenden. In dit omgekeerde lijstje volgen dan Spanje, Griekenland, Zweden, Italië, Zwitserland en op de zevende plaats België. Bij ons bedraagt de verhouding ongeveer één manager voor 25 werknemers.
Hendrik Mertens
Samenvatting van de studie-Kleinknecht: www.tbm.tudelft.nl
