Managementtaal
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Net als juristen en skaters gebruiken managers een eigen jargon: managementtaal. Onder de ingewijden heet dit managementspeak. Het recept? Woorden kiezen die iets eenvoudigs moeilijk laten klinken. Uitdrukkingen gebruiken die de boodschap verhullen en overdrijven. De bedoeling? Zichzelf wat status en professionalisme aanmeten.
Taal is een expressie van de omgeving waarin een mens leeft. Een woestijnbewoner zal geen scheepstermen gebruiken terwijl een Belg of Nederlander regelmatig onder zeil gaat of iets over een andere boeg gooit. Wat je zegt of schrijft, vertelt iets over je manier van kijken, denken en handelen. Zo zal een "echte" manager met veel moeilijke woorden en wollige uitdrukkingen in een half uur zeggen wat hij thuis aan de keukentafel op vijf minuten klaar en duidelijk uitlegt.
Wat en waarom
Wat houdt managementtaal concreet in? Een spoedcursus:
- Doorspek je betoog met veel Engelse termen:
zeg liever outsourcen dan uitbesteden, beter customer focus dan klantgericht zijn.
- Gebruik veel betekenisloze achtervoegsels:
achterstandspositie, schuldpositie.
- Vul je zin aan met massa’s lege woorden:
per saldo, basically, relatie en -de ergste twee- een stukje (marketing, betrokkenheid) en (marketing- of verkoop-) gebeuren.
- Verhul, versluier en overdrijf.
Waarom gebruiken managers een eigen jargon? Om eenvoudige dingen interessant te laten ogen. Iets tijdens een "bilateraaltje" bespreken, klinkt nu eenmaal ongewoner dan zeggen: onder twee ogen. Dikwijls is managementtaal ook onduidelijk en omslachtig omdat het helemaal niet de bedoeling is dat anderen het begrijpen: informatie als macht. Joep Schrijvers, auteur van "Hoe word ik een rat?" noemt managementtaal dan weer "braaftaal". Volgens hem proberen managers met hun wollige taalgebruik de scherpe kantjes van hun boodschap te verhullen. "In een ontslaggesprek zegt zo’n manager dat ze beter afscheid kunnen nemen. Dat klinkt alsof je goede vrienden van elkaar bent. De realiteit is natuurlijk heel anders."
Nut en beperkingen
Edu Feltmann promoveerde op een studie over organisatieadvies en is gespecialiseerd in de rol van taal in dat proces. "De bedrijfswereld is een instrument geworden van het economisch denken en spreekt de bijbehorende taal. Mensen worden betiteld als menselijk kapitaal en afgerekend op het behalen van targets en deadlines. "Wij" en "ik" worden vervangen door "het bedrijf", "de klant" of "de markt". Managers praten over structuur, cultuur, strategie en beleid. Dat zijn bedenksels van de geest, begrippen die naar niks concreets verwijzen. Probleem is dat deze begrippen voor bepaalde managers wel een realiteit vertegenwoordigen. En dat blinde geloof in hun eigen jargon werkt beperkend. Het biedt immers weinig ruimte voor emoties en menselijkheid."
Zowel Feltmann als Schrijvers zijn ervan overtuigd dat managementtaal zijn nut maar ook zijn beperkingen kent. Zegt die laatste: "Komt het je goed uit, gebruik dan ook braaftaal. Zolang je maar zelf kiest welk taalregister je wil hanteren. Soms praat je lekker mee, en soms kun je beter zuigen en zeiken."
En wordt die managementspeak je toch te veel, dan ben je wellicht iets met het gratis softwarepakket Bullfighter. Adviesbureau Deloitte & Touche vond het tijd voor duidelijke taal en bracht software uit die teksten afspeurt op 350 foute Engelse managementwoorden. Kwestie van je eigen teksten -en die van je baas- begrijpelijk te houden.
Elke Duprez
http://www.zakenwijzer.nl/nieuwswijzer.php
