Stempel stigmatiseert
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
“Mijn hart breekt als ik lees hoe sommige mensen praten over ‘de werklozen’. Toen ik meende werkzekerheid te hebben, durfde ik soms ook zeggen: “Doppers zijn allemaal profiteurs die niet willen werken. Er is werk genoeg.” Maar nu sta ik aan de andere kant. Zeg dus nooit dat het jou niet zal overkomen.” Over stempels en stigma’s.
Een tijdje geleden was de afschaffing van de stempelcontrole groot nieuws. “Het nieuwe en strenge systeem van werklozenbegeleiding maakt de afschaffing van de dop mogelijk”, zo luidde het. Over een datum was nog geen zekerheid. Nu blijkt dat begin december de laatste stempelcontrole zal plaatsvinden. En dat is voor vele werkzoekenden geen minuut te vroeg. Zo bleek uit de vele reacties op het VDAB-discussieforum.
Krop in de keel
Sarah: “Als ik naar de stempelcontrole moet, sta ik daar altijd met een krop in de keel en voel ik me heel onbehaaglijk. Noem het gerust schaamte. Ik heb zelfs gehuild toen ik thuiskwam. Ik heb 17 jaar gewerkt en had tot dan toe maar 1 dag gestempeld. Ik heb altijd van de daken geschreeuwd dat ik het bij die ene dag zou houden. Mij zou het niet overkomen. Het is duidelijk: zeg nooit nooit.” Sarah is niet de enige. Tom vertelt: “’k Ben nu twee jaar werkloos en ik voel me elke keer dat ik ga stempelen een volledige dag ellendig.”
Hoe komt het toch dat een administratieve formaliteit zo’n impact heeft? Sarah: “Mijn wrang gevoel komt voort uit het feit dat ik me “kwetsbaar” voel: ik ben voor mijn inkomen afhankelijk van de goodwill van een bepaalde instantie. Verder is er de angst om “geroepen” te worden. Zelfs al kan ik mijn zoektocht naar werk afdoende staven.” Joost voegt toe: “Ik ken dat gevoel. ‘k Heb me zelfs een tijdje schuldig gevoeld omdat ik op kosten van de staat en de belastingbetaler leef.”
Onbegrip
En alsof het eigen schuldgevoel al niet zwaar genoeg weegt, zorgt ook de omgeving nog eens voor het nodige drama. Joost: “Ik heb altijd heel intensief naar werk gezocht. En dan kom je ergens, en dan krijg je te horen: “Allé jong, nog altijd geen werk, hoe komt dat nu? Er is toch werk met hopen!” Maar goed, na enkele weken heb ik dat schuldgevoel van me afgezet. Op die manier hou ik meer energie vrij voor het vinden van een job. Laat de rest maar denken, ik weet er het mijne van. Ik zal alleszins nooit iemand beschimpen omdat hij een tijd werkloos is.” Sarah: “Onbegrip van familie en vrienden… ja, daar weet ik ook alles van. Om mezelf te beschermen lieg ik vaak, en zeg ik dat ik nog aan het werk ben.”
Dat solliciteren een voltijdse job is, wordt door zowat elke werkzoekende beaamd. Meer zelfs. Marijke: “Ik heb sinds ik werkloos ben het gevoel geen recht te hebben op weekends, laat staan op vakanties. Als je werkt, dan kijk je uit naar vrijdagavond. De werkperikelen worden opzij geschoven en je mag je ontspannen. Dat heb je verdiend. Nu blijf ik voortdurend het internet afschuimen. Of het nu zaterdag, zondag of feestdag is…” Sarah voegt eraan toe: “Ik verplicht mezelf om “vrijaf” te nemen en bijvoorbeeld tijdens de schoolvakanties minder intensief bezig te zijn met werk zoeken. Tot ik een mail, brief of telefoon krijg… dan ben ik toch weer vertrokken. Ik kan echt niet stilzitten op dat vlak.”
Wat heel wat sollicitanten rechthoudt? De solidariteit tussen werkzoekenden. Sarah: “Meestal praat ik na de stempelcontrole nog een lange tijd na met de andere aanwezigen en wisselen we informatie uit over bepaalde vacatures, selectieprocedures, contactpersonen… kortom: bruikbare tips.” Haar laatste bemoedigende reactie op het forum bevestigt het samenhorigheidsgevoel: “Wat men ook zegt: blijf in jezelf geloven en blijf positief denken. Laat je niet klein krijgen. Zullen we voor elkaar duimen? Veel geluk!”
Elke Duprez
Informatie over afschaffing stempelcontrole: http://www.standaard.be
