Kansarm maar rijk aan ervaring
Kansarmen leven van dag tot dag. Ze zoeken een job hier, een klus daar. Werk van 9 tot 5 is een structuur die ze niet kennen. Om de kloof tussen armen en niet-armen te overbruggen laat de VDAB zich voortaan bijstaan door armoede-deskundigen. Mensen die zelf in armoede opgroeiden en de moed vonden om een opleiding te volgen.
Vorige maand behaalden de eerste Vlaamse ervaringsdeskundigen in de armoede hun diploma. Hiervoor volgden ze gedurende 3,5 jaar enkele dagen per week les bij vzw De Link. Ze kregen dezelfde vakken als in de opleiding "Jeugd- en Gehandicaptenzorg", maar dan wel met de nadruk op armoedebestrijding en hun eigen ervaringen.
Een ervaringsdeskundige in de armoede is eigenlijk een soort tolk. Hij vertaalt voor een consulent of hulpverlener hoe kansarmen zich voelen en waarom ze doen wat ze doen. En dat is nodig want er gaapt een diepe kloof, een 'missing link' tussen de armen enerzijds en de beleidsmakers en -uitvoerders anderzijds. Grofweg geschetst verschillen armen op 3 vlakken van niet-armen:
- Gekwetste binnenkant: kansarmen hebben het gevoel dat ze er niet bij horen. Ze schamen zich voor hun situatie, voelen zich schuldig en minderwaardig.
- Tekort aan vaardigheden en kennis: kansarmen hebben niet de vaardigheden geleerd die nodig zijn om mee te draaien in de maatschappij: een huishouden runnen, omgaan met schoolgaande kinderen, het openbaar vervoer gebruiken, in de regel blijven met kinderbijslag en mutualiteit,
- Uiterlijke kenmerken: kansarmen beschikken over minder geld, een slechte huisvesting en hebben vaak schulden. Het merendeel heeft geen of een laag diploma.
Armoede betekent dus meer dan alleen geldgebrek. Een getuige in De Standaard: "Niets heb ik thuis geleerd. Ik was nooit in orde op school en hoorde er niet bij. Niemand trok zich iets van mij aan. Je krijgt er een totaal verwrongen gevoel van en dat geef je door aan je kinderen. Je wilt het beter doen dan je ouders, maar dat lukt niet. Vroeger schoof ik de schoolagenda's van mijn kinderen als 'brol' aan de kant. Nu weet ik dat ik ze moet nakijken." En ook: "Ik herinner me nog dat we thuis alles opgeruimd hadden omdat de jeugdbescherming kwam. Voor alle zekerheid vroegen we een vriend uit de middenklasse om te controleren of we het goed hadden gedaan. Die zei prompt: "Zoals het huis er hier bij ligt, dat kan niet door de beugel." En we deden zo ons best!"
Aan de slag
Ondertussen zijn de meeste afgestudeerden al aan de slag. Drie van de deskundigen werken bij de VDAB. Ze leren er de consulenten wat het betekent om arm te zijn. Sommige kansarme werkzoekenden gaan bijvoorbeeld niet in op een jobaanbieding of breken hun opleiding af zonder waarschuwing. Voor de consulent is er vaak geen zichtbare reden, voor de kansarme wel.
Er kunnen tal van redenen zijn. Zo hebben kansarmen het moeilijk om te werken van 9 tot 5. Dat is een structuur die ze niet kennen. Zij leven meestal van dag tot dag. Als ze ziek vallen beseffen ze dan ook niet altijd dat ze een doktersbriefje moeten voorleggen. Hilde Van Tongelen, ervaringsdeskundige bij VDAB: "Ook de opvang van kinderen kan een reden zijn. Dit lijkt banaal: opvang vind je toch altijd? Inderdaad, maar als iemand zijn kindertijd doorbracht in instellingen, kan hij het verdomd moeilijk hebben om zijn kinderen 'achter te laten' in een crèche. Of een kansarme die als kind voortdurend gedomineerd werd kan problemen hebben om voor een baas te werken. Dat gebeurt niet uit onwil, maar uit onmacht."
Meer informatie? Contacteer vzw De Link door te bellen naar
