Geboren en getogen leider
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Leidinggeven kan je leren. Dat lijkt de gangbare opinie. En voor het leeuwendeel klopt dat, maar er is meer. Leiderschap is ook aangeboren. Dat blijkt uit onderzoek op tweelingen. En alsof dat nog niet genoeg is zit leiderschap ook nog eens in de hormonen. Zelfs de hersenen gaan ervan groeien.
Leiderschap wordt bepaald door omgevingsfactoren. Daar is iedereen het over eens. Een mening die wordt bevestigd door werknemers die in onverwachte crisissituaties het voortouw nemen en zich ontpoppen tot leiders. Trainers en schrijvers van managementboeken vallen deze stelling volmondig bij. "Leiderschap is maakbaar. Leidinggeven kan je leren, en wel van mij."
Toch blijkt het niet zo simpel. Richard Arvey, professor aan de universiteit van Minnesota onderzocht in hoeverre leiderschap aangeboren is. Hij verzamelde 238 eeneiige tweelingmannen en 188 twee-eiige tweelingmannen van rond de 36 jaar uit Minnesota en vergeleek het aantal mannen op leidinggevende posities. De tweelingen waren samen opgegroeid en stonden bloot aan dezelfde omgevingsfactoren. Enkel genetisch verschilden beide groepen van elkaar. Eeneiige tweelingen hebben namelijk 100 procent hetzelfde genetische materiaal, twee-eiige gemiddeld 50 procent.
Leiderschapsgen
Mocht leiderschap enkel bepaald worden door omgevingsfactoren, dan zouden beide groepen evenveel kansen hebben om leiders te genereren. Brengt de eeneiige groep meer leiders voort, dan kan dat worden toegeschreven aan genetische factoren. Wat blijkt? De eeneiige tweelingen telden bijna eenderde meer mannen die manager waren (geweest) en twee keer zoveel directeurs. Arvey berekende op basis van dit experiment dat leiderschap voor grofweg 30 procent kan toegewezen worden aan de genen.
Betekent dit nu dat we straks op basis van iemands genen beslissen of die geschikt is voor een leidinggevende positie? Zo'n vaart zal het niet lopen. Uiteindelijk wordt leiderschap nog altijd voor 70 procent gevormd door omgevingsfactoren. Bovendien definieert Arvey leiderschap als "een baan hebben als leidinggevende". Maar misschien bekleden een heleboel mensen met genetische aanleg een niet-leidinggevende positie, of omgekeerd, zijn er veel leidinggevenden die er geen talent voor hebben.
Testosteronrat
Naast omgeving en genen spelen ook onze hormonen een rol. Volgens de Amerikaanse onderzoeker Allan Mazur bestaat er geen twijfel: er is een sterke correlatie tussen succes, leiderschap en hormonen. Meer succes leidt tot meer testosteron en dat leidt dan weer tot meer succes. Gedragsfysiologen aan de Rijksuniversiteit Groningen bevestigen dit: zet twee mannetjesratten bij elkaar in een kooi en ze vechten om de dominantie. De winnaar krijgt meer testosteron in zijn bloed, de verliezer minder. Na enige tijd geeft die laatste de strijd op en wordt onderdanig.
Nieuw onderzoek wijst uit dat er -naast een verstandhouding van dominantie- ook veranderingen in het brein optreden. Een onderdeel van de hippocampus, dat essentieel is voor het geheugen en het lerend vermogen, bevatte bij de bazen na 2 weken 30 procent meer hersencellen. Hoe de sociale status het brein laat groeien, daar is de wetenschap nog niet uit. Dominante mannetjes zijn agressiever, hebben meer contact en meer seks. Dat zijn allemaal factoren die het testosteronniveau stimuleren, en mogelijk de neurogenese -het ontstaan van nieuwe hersencellen- in de hand werken, aldus de onderzoekers.
Elke Duprez
http://www.managementteam.nl/nieuws.jsp?news=90350
