Ben jij conformistisch?
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
We denken graag dat we bijzonder en uniek zijn. Maar buiten de groep vallen, doen we liever niet. Dus blijven we langer op het werk dan nodig, en gaan we eten met de collega's terwijl we daar niet echt zin in hebben. Het moge duidelijk zijn: we zijn lang niet zo non-conformistisch als we willen.
Hoe uniek en eigenzinnig we allemaal denken te zijn, we blijven kuddedieren die hun mening en gedrag aan de groep aanpassen. In de jaren 50 toonde de psycholoog Solomon Asch dit al aan met een experiment. Proefpersonen moesten een lijn vergelijken met drie andere lijnen, en aangeven welke lijnen even lang waren. Op zich een heel gemakkelijke opdracht, ware het niet dat stiekeme medewerkers van het experiment allemaal hardop het foute antwoord gaven voordat de proefpersonen aan de beurt waren. Ook al was hun antwoord overduidelijk verkeerd, 75 procent van de proefpersonen bleek zich minstens 1 keer aan te sluiten bij de meerderheid.
Redelijk bewust
Wanneer en waarom zijn we conformistisch? Dat hangt af van de situatie, zo blijkt. Er zijn vier soorten conformisme:
- Nauwelijks bewust: wanneer regels zo geïnternaliseerd zijn dat je er niet meer bij nadenkt. Voorbeeld: je glimlacht je als je een bekende tegenkomt.
- Bewust en vrijwillig: wanneer je je aansluit bij een groep, neem je bepaalde normen over. Voorbeeld: je drinkt te veel bier als je bij een studentenvereniging bent omdat je dat stoer vindt, en bespreekt alleen hoogstaande literatuur op de boekenclub.
- Bewust maar niet vrijwillig: wanneer de maatschappij sancties treft als je je niet aanpast. Voorbeeld: je stopt voor een rood licht.
- Redelijk bewust en niet helemaal vrijwillig: wanneer je aardig wil gevonden worden en niet wil afwijken. Dit is de grootste drijfveer om je te conformeren. Voorbeeld: je gaat eten met je collega's, zelfs al zou je liever even in je eentje gaan wandelen.
In de praktijk
Psychologie Magazine onderzocht de mate waarin we conformistisch zijn aan de hand van enkele stellingen en kwam tot een aantal verrassende conclusies.
- Mannen conformeren zich meer aan vrouwenzaken, en vrouwen aan mannenzaken. Met andere woorden: als je weinig van een onderwerp afweet, ben je meer geneigd je aan te sluiten bij de meerderheid.
- Collectivistische culturen -bijvoorbeeld de Aziatische- zijn conformistisch. Zij associëren non-conformisme immers met opstandigheid. In het westen wordt non-conformisme ook gezien als iets positiefs: een vorm van "uniciteit".
- Mensen met een lage status in de groep, zoals junior medewerkers in een bedrijf, beschrijven zichzelf als conformistischer dan senior medewerkers. Junioren lopen immers meer risico om buitengesloten te worden wanneer ze zich niet aanpassen.
Alice, tot slot, verwoordt het als volgt op het VDAB-forum: "Ik sta me niet af te vragen of ik bijzonder ben of uniek, maar wel of ik nieuwsgierig ben, uitdagingen zie, leef… Ik conformeer me niet als ik er echt van overtuigd ben dat iets fout of negatief is. Anderzijds roei ik ook niet tegen de stroom in als ik daar zelf niet in geloof."
Elke Duprez
