Saaie starters
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Rekruteerders vinden starters op de arbeidsmarkt te saai en te braaf. Ze zijn door hun studie gevlogen zonder belang te hechten aan zaken als bijbaantjes en topsport. En dat terwijl werkgevers net avontuurlijke sollicitanten zoeken. Zij willen starters met wat meer levenservaring, blijkt uit onderzoek van het vakblad IntermediairPW.
Hogeropgeleiden zijn slecht voorbereid op de arbeidsmarkt, stellen rekruteerders unaniem vast. Ze studeren in sneltempo af met goede punten, nemen er een paar "business courses" bij uit pure calculatie, en dat is het dan. Het resultaat? Saaie cv's van saaie mensen.
"De starters van vandaag hebben weinig levenservaring," getuigt een werkgever. "De studentenwereld biedt een beperkt referentiekader, en dat merk je. Hun zelfreflectie is nog niet zo sterk ontwikkeld: ze vinden zichzelf vooral heel goed. Ze kunnen ook niet omgaan met weerstand en teleurstellingen. Starters staan vaak niet volledig in de maatschappij."
En dat terwijl rekruteerders net pasafgestudeerden willen, die bewezen hebben verder te kijken dan hun beperkte leefwereld. Getuige daarvan: interessante nevenactiviteiten. Dat kan een leuke bijbaan zijn, maar ook vrijwilligerswerk, een buitenlandervaring, stages,... André Zeelte, HR-manager Grolsch: "Op het eerste oog selecteren wij op interessante bijbanen en nevenfuncties. Dat is vaak de reden om een kandidaat uit te nodigen voor een gesprek. Tijdens dat gesprek moet wel blijken dat hij zich er inderdaad door ontwikkeld heeft. Het is niet erg als hij al wat ouder is dan 22, of als er tussen opleiding en startfunctie een hiaat bestaat. We selecteren niet primair op cijfers."
Kloof
Starters daarentegen vinden dat werkgevers juist te véél letten op diploma. Vandaar dat ze hun studie prioriteit geven. Ze steken weinig tijd in extra activiteiten, omdat die voor studievertraging zorgen en in die zin meer kosten. Toch zijn ze zich bewust van de kloof tussen studie en baan. José bijvoorbeeld, studeerde maatschappelijk werk en vervolgens sociaal-culturele wetenschappen. Nu -in haar eerste baan- geeft ze leiding aan vrijwilligers en doet ze beleidsvoorstellen voor kwaliteitsverbetering. Dat probeert ze althans.
José (27): "Ik heb tijdens mijn studie analytisch leren denken, ik heb oog gekregen voor allerhande maatschappelijke problemen en knelpunten. Nu moet ik er iets mee doen. Maar hoe pak ik dat aan? Wat doe ik als mijn collega’s weerstand bieden, terwijl ik ervan overtuigd ben dat ik een goed voorstel heb geschreven? Hoe kan ik er op een vergadering voor zorgen dat mijn voorstel toch geaccepteerd wordt? Wanneer moet ik samenwerken, wanneer moet ik mijn eigen koers varen? En hoe voer ik een goede onderhandeling met de gemeente of een subsidiefonds? Dat soort dingen leer je niet tijdens je studie."
Bas (33), intussen al enkele jaren aan het werk, doet er nog een schepje bovenop: "Ik herinner me dat ik tijdens m'n eerste job regelmatig tegen simpele praktische dingen aanliep als het opstellen van een brief, of het versturen van een fax. Daar sta je dan met je universitaire diploma. Je denkt dat je iets verwezenlijkt hebt, maar op dat moment besef je dat je nog nergens staat. Het eerste jaar moet je leren werken. Dat gaat van vragen als "Hoe lopen de bedrijfprocessen?" tot "Waar zijn de toiletten?".
Elke Duprez
Onderzoek: www.intermediairforward.nl/artikel_print.jsp?id=418430
