De mening van Martin: ga online
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Martin Overheul (52) is recruitment coördinator bij een studie- en adviesbureau. Hij deelt elke maand z'n kijk op de arbeidsmarkt. "Bij sollicitanten let ik op authenticiteit en eerlijkheid, net als bij muziek."
Toen ik een jaar of tien geleden mijn eerste stappen zette in de wondere wereld van de rekrutering, werving en selectie waren de onlinehulpmiddelen waarop je als rekruteerder een beroep kon doen vrij gelimiteerd. Het internet was een decennium geleden nog niet zo wereldwijd en geavanceerd als tegenwoordig het geval is en de toepassingen waren navenant. Behalve een eigen database, die bij mijn eerste werkgever in deze sector overigens nog bestond uit de combinatie van een wandkast vol opbergmappen en een onvolledige Excel-file, kon je terugvallen op een handjevol gespecialiseerde websites die in wezen nog in volle ontwikkeling waren. De vele kinderziektes moest je voor lief nemen.
Ik herinner me nog dat een van mijn werkgevers, een man met een even onverklaarbare als diepgewortelde afkeer van alles dat met computers te maken had, op een bepaald moment zelfs teruggreep naar de naoorlogse fichebak en het aloude planningbord. Hij wou zo een duidelijk beeld krijgen van eventueel beschikbare kandidaten. Dit bleek, in de dagelijkse realiteit die bepaald werd door de hogesnelheidstrein en al lang niet meer door de paardenkar, uiteraard een utopie.
Door de jaren heen kwamen er echter steeds meer onlinespelers op de markt van de arbeidsbemiddeling, waardoor de oudere aanbieders uitgedaagd werden om de kwaliteit van hun diensten te verbeteren en de aangeboden mogelijkheden te verruimen. We kunnen dagenlang discussiëren over zin en onzin van de wet van vraag en aanbod, en soms laat ik mij daar graag toe verleiden, maar ik was bijzonder blij met die veranderende situatie. Ten eerste worden rekruteerders ‘afgerekend’ op hun resultaten en die konden door deze uitbreiding alleen maar toenemen. En ten tweede maakt het mij niet uit waar ik mijn kandidaten vandaan haal, zolang ik ze maar vind.
Intussen heeft het internet meer dan afdoende aangetoond dat het een medium is dat geen seconde stilstaat. Dus ook niet op het vlak van de rekruteringstools. Na het fantastische sneeuwbaleffect van de jobsites (vul hun namen zelf maar in) is het nu de beurt aan de netwerksites. Zo betrap ik mezelf erop dat ik steeds vaker gebruikmaak van een uniek medium als LinkedIn en dat ik ook meer dan eens (natuurlijk enkel uit professionele overwegingen, ja, ja) naar Facebook, Plaxo, Xing, MySpace en tal van andere sites surf op zoek naar geschikte kandidaten voor onze vacatures.
Tijdens het surfen valt het me op dat steeds meer mensen hun profiel op een of meerdere van die netwerksites plaatsen met als (bij)bedoeling een werkaanbieding te ontvangen. En het gaat daarbij echt niet alleen om mensen met een academische opleiding; stilaan heeft iedereen de weg naar het wereldwijde web gevonden. Wat ik alleen maar kan aanmoedigen.
In de jaren stillekes zong de Nederlandse komiek Dorus -hier allicht nog bekend van een legendarische uitvoering van Poessie Mauw- een wervingsliedje voor de marine dat ‘Zorg dat je erbij komt’ heette. In navolging van dat liedje raad ik iedereen aan om naast de klassieke websites gebruik te maken van netwerksites. Waarom? Omdat elke zichzelf respecterende rekruteerder daar naar kandidaten zoekt. Omdat je daarmee je zichtbaarheid verhoogt. Omdat je zo initiatief toont. Omdat je laat zien dat je op de hoogte bent van de nieuwe media. Omdat je via netwerksites je kans op een (nieuwe) job verhoogt.
Kortom, wat zit je hier nog te lezen?
Martin Overheul
Geef je mening over dit artikel
Martin blogde ook een maand voor VDAB. Lees zijn joblog.
