Ontslag kan teruggedraaid worden
De informatie in dit artikel is mogelijk verouderd.
Plots is het jou allemaal te veel. In een opwelling geef je je ontslag. Een dag later heb je daar dik spijt van. Is er een weg terug? In veel gevallen wel. De wet houdt er immers rekening mee dat een mens soms onbesuisd handelt.
Je ontslag is volgens de wet enkel geldig indien je de "ondubbelzinnige wil" hebt uitgedrukt om een einde te maken aan het arbeidscontract. Een opwelling zonder serieuze reden of een emotionele reactie, bijvoorbeeld na een ruzie, beschouwen de rechters niet als een daad waaruit die wil ondubbelzinnig blijkt. Je zou dus naar je baas kunnen stappen en -wellicht met hangende pootjes- vragen de zaak te vergeten. Hij kan zonder juridisch probleem op je verzoek ingaan.
Maar wat als de directeur je ontslag al heeft aanvaard en weigert op zijn stappen terug te keren? Ongetwijfeld hebben werknemers die in deze situatie beland waren zich daar al bij neergelegd. Een verzorgster uit een rusthuis deed dat niet. Ze spande een proces in tegen haar werkgever, en won.
Beledigd
Na een zware dagtaak had de verzorgster een briefje onder de deur van de directie geschoven. De tekst luidde: "Zou u zo vriendelijk willen zijn om mijn vertrek uit uw rusthuis te willen aanvaarden? Ik kan niet langer aanvaarden dat ik op constante wijze beledigd wordt door de bejaarden, ondanks het respect dat ik voor hen opbreng. O.a. eerwaarde P. (….) heeft mij beledigd als een vuil iemand op een wijze dat men zelfs geen hond beledigt."
De dag erna faxte de vrouw een medisch getuigschrift naar het rusthuis. Zij had ziekteverlof gekregen tot het einde van de maand. Per brief antwoordde de directie dat zij het ontslag aanvaardde en dat dit zou ingaan na afloop van het ziekteverlof. Hierop liet de verzorgster dan weer weten dat zij alleen maar gereageerd had op een conflict met een bejaarde. Ze vroeg haar ontslag als onbestaande te beschouwen.
Maar bij haar terugkeer uit ziekteverlof mocht de verzorgster niet aan de slag. Zij kreeg te horen dat zij het arbeidscontract had verbroken en daarom een opzeggingsvergoeding schuldig was aan het rusthuis. Uiteindelijk werd een C4 (ontslagdocument) opgesteld, waarin stond dat de werkneemster een opzeggingstermijn van anderhalve maand moest presteren. De verzorgster aanvaardde haar ontslag niet en trok naar de rechter.
Geen bevestiging gevraagd
In beroep gaf het Arbeidshof van Luik de vrouw gelijk. Alleen al het feit dat de verzorgster de dag na haar plotse opwelling een ziekenbriefje had ingestuurd, bewees dat zij werkneemster wilde blijven, vonden de rechters. De werkgever had het ontslag niet mogen aanvaarden zonder eerst voor alle zekerheid aan de verzorgster te vragen of ze dit ontslag wilde bevestigen.
Hendrik Mertens
