Ga direct naar de inhoud (Access Key S)
VDAB
Algemene links
  • Home
  • Over VDAB
  • Werklinks
  • FAQ
  • Contact
  • Sitemap
  • Meld je aan
Rubrieken van de VDAB website
  • Jobs
  • Opleidingen
  • Begeleiding en oriëntatie
  • Nieuws
  • Mijn loopbaan
  • Partners
  • Werkgevers
  • Vacatures
  • Cv
  • Brief
  • Gesprek
  • Testen
Pagina spoor
  • Home
  • Jobs
  • Testen

Persoonlijkheidsvragenlijsten: voorbeelden

Voorbeeld 1

Geef voor elke uitspraak aan of die op jou van toepassing is of niet.

Bijvoorbeeld:

Ik neem dikwijls het initiatief.Ja?Neen
  • 'Ja' betekent dat je veel initiatief neemt.
  • '?' betekent dat je niet méér initiatief neemt dan het gros van de andere mensen, of dat je er geen uitspraak over kan doen.
  • 'Neen' betekent dat je niet veel initiatief neemt.


Oefening:

1Ik ga altijd zeer zorgvuldig te werk.Ja?Neen
2Ik lees graag een boek.Ja?Neen
3Ik werk graag met dieren.Ja?Neen
4Als kind was ik bang in het donker.Ja?Neen
5Ik heb een brede belangstelling.Ja?Neen
6Ik hou van werk waarvoor ik veel moet reizen.Ja?Neen
7Ik verzorg graag kinderen.Ja?Neen

 

Voorbeeld 2

Geef voor elke uitspraak aan in welke mate ze op jou van toepassing is.

Helemaal niet Eerder niet Redelijk Eerder wel Helemaal wel
1. Ik blijf in alle situaties kalm.
         
2. Het stoort me als mijn spullen er slordig bij liggen.
         
3. Ik ben snel afgeleid.
         
4. Ik hou van werk waarvoor ik veel moet reizen.
         
5. Als kind was ik bang in het donker.
         

Voorbeeld 3

Lees telkens de uitspraken a., b. en c. en geef in de linkerkolom aan welke van de drie eigenschappen het MEEST op jou van toepassing is en in de rechterkolom welke het MINST op jou van toepassing is.

Bijvoorbeeld:

  Voorbeeld: MEEST MINST
Vb. a. Het liefst doe ik iets helemaal alleen   x
  b. Ik ben zeer geduldig x  
  c. Ik werk liever traag    
  Voorbeeld: MEEST MINST
1. a. Ik blijf kalm in alle situaties.    
  b. Ik voel me het best wanneer ik zelf mijn werk kan organiseren.    
  c. Ik maak mij vaak zorgen.    
       
2. a. Het stoort me als mijn spullen er slordig bij liggen.    
  b. Ik ben nogal druk en praat veel.    
  c. Ik voel me vaak onzeker.    
       
3. a. Ik ben snel afgeleid.    
  b. Ik werk het liefst in groep.    
  c. Ik heb in mijn werk graag de mogelijkheid om op te klimmen.    
       
4. a. Ik lees graag een boek.    
  b. Ik maak mij vaak zorgen.    
  c. Ik hou van werk waarvoor ik veel moet reizen.    

Opmerking:

Als je bij 1. de optie 'ik maak mij vaak zorgen' aankruist, moet je bij 4. niet noodzakelijk ook 'ik maak mij vaak zorgen' aankruisen.

Testen

    • Tips
    • Oefenen

© 2012 VDAB - Disclaimer - Hulp nodig? Lees de veelgestelde vragen of mail naar info@vdab.be