Welzijn

Nooit meer te laat

Een keer te laat op het werk? Dat kan iedereen overkomen. Maar als het een gewoonte wordt, is het frustrerend: voor jezelf én je collega’s. Administratief bediende Lotte was vroeger een ervaren laatkomer. "Ik dacht dat het een aangeboren afwijking was." Na jaren van vallen en opstaan won ze haar strijd tegen de tijd. Ontdek haar slimme tips.

wekker

Administratief bediende Lotte is betrouwbaar en toegewijd, maar ze worstelde lange tijd met een vervelende gewoonte: ze kwam regelmatig te laat op het werk.

Hardnekkig probleem

Lotte: “Ik had dat probleem al van kinds af aan. Zelfs op de lagere school kwam ik regelmatig te laat. Ik probeerde vroeger op te staan, maar dat hielp niet. Want dan begon ik nog allerlei dingen te doen waardoor ik de tijd uit het oog verloor en… toch weer te laat kwam.”

Toen ze na haar studies als administratief bediende aan de slag ging moest ze elke dag naar Brussel pendelen. “Tot mijn ergernis en die van mijn collega’s kwam ik geregeld te laat op kantoor. Intussen zijn we 20 jaar verder. Met vallen en opstaan is het me gelukt om me beter te organiseren. De ochtendspits blijft een strijd en ik trek nog regelmatig sprintjes met de fiets naar het station. Maar ik kan met trots zeggen dat ik vorig jaar slechts 1x de trein gemist heb!”

Wat is het geheim van Lotte? Dit zijn haar eenvoudige trucs om op tijd te komen. 

1. Schakel tijdvreters uit

Sommige gewoontes slorpen tijd op zonder dat je het beseft. Enkele veel voorkomende tijdvreters:

  • Kledingcrisis: leg je outfit de avond ervoor klaar. Zo hoef je ‘s ochtends niet wanhopig door je kast te graven.
  • Zoektochten: leg de dingen die je moet meenemen naar je werk op een vaste plaats: je sleutels, telefoon, agenda, laptop…
  • Snoozen: de snoozeknop is je grootste vijand. Koop een wekker zonder snoozefunctie of zet hem verder weg, zodat je moet opstaan om hem uit te zetten. 
  • Scrollen: weersta de verleiding om ’s ochtends je sociale media te checken. 

Lotte: “Ik breng de avond ervoor al zoveel mogelijk in orde zodat ik er ‘s morgens geen tijd meer aan moet besteden. Mijn laptoptas staat klaar, mijn ontbijt zit in de ijskast, mijn treinticket is besteld, en mijn schoenen, jas en kleren liggen klaar. Zelfs mijn fiets zet ik soms al in de richting van de deur, zodat ik gewoon naar buiten moet rijden.”

2. Maak een realistische planning

Bereken hoeveel tijd je écht nodig hebt tussen het moment dat je opstaat en de deur achter je dichttrekt.
✔ Noteer alle taken die je moet doen voor je vertrekt. 
✔ Schrijf op hoeveel tijd ze je kosten. Bijvoorbeeld: koffiezetten (5 min), ontbijten (10 min),  douchen (10 min), tanden poetsen (2 min) en je aankleden (5 min).
✔ Tel alles op en check of je planning klopt door het eens uit te proberen en te timen.
✔ Reken op basis hiervan uit wanneer je best opstaat.

Lotte: “Mijn wekker loopt af om 7.30 uur. Sinds ik mijn gsm als wekker gebruik, lukt het beter om uit mijn bed te geraken. Laten we zeggen dat ik om 7.40 uur daadwerkelijk opsta. Dan heb ik welgeteld 26 minuten om me klaar te maken, dat wil zeggen: douchen en aankleden. Om 8.06 uur pak ik mijn spullen en fiets ik naar het station voor de trein van 8.16 uur. 

3. Hou je minutieus aan je planning

Hou de tijd nauwlettend in het oog en hou je aan je planning.

Lotte: “Ik heb ‘s morgens nog altijd stress en focus me echt op de tijd. Het is bijna zoals de bereiding van een recept. Die handeling mag zoveel minuten in beslag nemen, de volgende zoveel minuten… Als ik me er stipt aan houd, komt het goed. En anders ben ik verloren.”

Veel succes!
 

Ook interessant

Powernap

Heb je soms last van het bekende ‘klopke’ na de lunch? Probeer eens een powernap. Met een dutje van 10-30 minuten laad je jezelf weer op en geef je je brein een boost.

Opgepast: oplichterssyndroom

Schrijf je je professionele succes toe aan toeval en geluk? En ben je bang dat je op een dag door de mand gaat vallen? Dan heb je misschien last van het oplichterssyndroom.

Brokkelbrein

Anna: “Als ik thuiswerk, beantwoord ik onmiddellijk mijn mails.” Volgens neuropsychiater Theo Compernolle is dit géén goed idee. “Op den duur krijg je een brokkelbrein." 

Luieren loont

Dagdromen, een warm bad nemen, naar Nonkels kijken… Volgens neuropsychiater Theo Compernolle is het belangrijk om je denkend brein geregeld rust te gunnen. 

Adem!

Ademen is hip. Op internet struikel je over de ademhalingsoefeningen en apps. Meditatiebegeleidster Lien: "Mijn moeder van 86 vond het onzin. Nu is zelfs zij overtuigd.”

Help, paniekaanval!

Je moet een presentatie geven en plots voel je het. Paniek. Je hebt het benauwd, begint te zweten en het wordt zwart voor je ogen. Je wil vluchten, maar kan niet weg.